sorted in Mai la merce

Thijs Vissia translation Dutch/Englishø

Wir... an jeder Straßenecke/Non è assolutamente garantito 

 

I translate mostly from English to Dutch and vice versa, sometimes from German and French. I have 10+ years of experience in editorial work and translation practice, with a special interest in critical historical thought and political/philosophical/art-related texts.
Besides translation I'm available for other editorial work, rewriting, copychecking or similar.

For rates and other inquiries, please contact me at mail [at] thijsvissia.nl.

Deze pagina in het Nederlands

An incomplete list of translated work:

  • Various translations for the exhibitions Compromiso Político, First Person Plural and Forensic Justice at BAK, Basis voor Actuele Kunst, Utrecht
  • Marx's 'Fragment on machines' from the Grundrisse (from German to Dutch)
  • Kosmoprolet, Beyond the Agrarian Revolution (from German to English and Dutch)
  • Franklin Rosemont, Karl Marx and the Iroquois - translated to Dutch (on libcom.org)
  • Loren Goldner, Communism is the material human community (from English to Dutch)
  • Giorgio Agamben, interview in Die Zeit, August 17, 2015 - to English
  • Translation and text editing for artist Matthijs de Bruijne
  • Translation, transcription and text editing for various projects by artists/filmmakers Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan, such as the film Stones Have Laws (premiered at IDFA 2018) and Drifting Studio Practice, in Metropolis M: Experimental Aesthetics
  • Translation of the project proposal for the 2017 Venice Biennale by curator Lucy Cotter and visual artist Wendelien van Oldenborgh
  • Phd thesis summary translations from English to Dutch for Noa Roei (Shifting Sights: Civilian Militarism in Israeli Art and Visual Culture, Amsterdam 2012) and Jules Sturm (Bodies We Fail – Productive Embodiments of Imperfection, Amsterdam 2012)
  • Various texts for the exhibition “I can’t work like this” (CASCO Institute for Art and Theory, Utrecht, May/June 2012)
  • Sebastian Olma, From People to Multitude. Toward Topologies of Citizenship, translated to Dutch, in: R. Gowricharn, S. Trienekens & D.W. Postma, Alternatieve visies op burgerschap, Amsterdam: SWP, 2012.
  • Paul Amar, Why Egypt's progressives win, original from jadaliyya.com. Translated to Dutch
  • Franco Berardi and Marco Jacquemet, The Italian “anomaly” in the sphere of Semiocapital, translated to Dutch. In: NAi Uitgevers/Open Cahiers nummer 20: De populistische verbeelding. Over de rol van mythen, verhalen en beeldvorming in de politiek)
  • Rudi Laermans, On populist politics and parliamentary paralysis. An interview with Ernesto Laclau. (Translated to Dutch. In: NAi Uitgevers/Open Cahiers nummer 20: as above)
  • Anthony Iles, review of Marina Vishmidt en Metahaven (ed.), Uncorporate Identity. (Translated English to Dutch. In: NAi Uitgevers/Open Cahiers nummer 20: as above)
  • Giorgio Agamben, Movement (translated to Dutch for flexmens.org, available at archive)
  • Franco ‘Bifo’ Berardi, The obsession with identity, an extract from Franco Berardi's La nefasta utopia di potere operaio. Translated to Dutch, from the English translation published by Generation Online
  • Interview with Paulo Virno: ‘The global movement works like a broken battery’. Translated to Dutch from an original interview by Branden W. Joseph
  • Massimo de Angelis, Reflections about Tronti, class composition and multitude. Translated to Dutch for flexmens.org
  • Alain Badiou, interview. ‘We must find something new’. Translated to Dutch

[1.0]De in nummer 14 van dit jaar verschenen "Il Filo del Tempo" ['De draad der tijd'] ging over een bepaalde ontoereikendheid van [visione]het zicht[gezichtsvermogen] [in kringen van] temidden van kleine groepen van antistalinistische communisten op de twee punten van het agrarische vraagstuk en het nationale, uitlopend in een ontkenning van [het] historisch belang [van] de bewegingen van kleine landbezittende boeren [boeren kleinbezitters? kleinbezittende boeren?] en die van 'ondergeschikte' nationaliteiten [nazionalità soggette, subject nationalities].
[2.0]

Over het vraagstuk van de nationaliteiten, evenals van de etniciteiten dat er nauw mee[daar aan/eraan/daaraan?] verbonden is, ging de bijeenkomst van Triëst van 29-30 augustus 1953. Omdat de toehoorders [ter plekke/daar] erop aandrongen dat een uitgebreid verslag van deze bijeenkomst direct gepubliceerd zou worden, is dit verschenen op de plek van Il Filo del Tempo in nummer 16, 17, 18, 19 en 20 van "il programma comunista"... en mogelijk nog wat meer plek dan dat.


[3.0]Het is niet absoluut niet gegarandeerd We kunnen er zeker niet voor instaan, dat een zodergelijk sterkzwaare geredigeerde versie werkelijk alles bevat wat er in Triëst gezegd is, en evenmin dat alles wat er in het verslag geschreven is ook verbaal te horen was. Dat zegt echter niks: het ging niet om een historische voordracht, en nog minder om een historische spreker. Die zijn immers al op iedere straathoek te vinden.
[4.0]

Ondanks[ongeacht] de talrijke gesproken woorden en artikelen[gesproken en geschreven bijdragen], is de vraag niet alleen niet uitputtend, maar ook niet tot het einde toe besproken. Het historische vraagstuk van de nationale strijd en de houding van communisten daartegenover - in theoretische en in politieke zin - beperkte zich tot de Europese ruimte, waarvan we de grenzen daarentegen niet genomen hebben als tot aan de Oeral strekkend , maar ze in het Zuiden aan de Dnjepr en in het Noorden aan de Onega gelegd hebben - dit vanzelfsprekend ruwweg, grosso modo; gerekend dat de historische grens (wat betreft de politieke steun voor onafhankelijkheidsbewegingen) de periode van 1789-1871 besloeg. Blijft derhalve nog [te bespreken] de aziatische ruimte, en algemener de vraag van de niet-witte rassen, om vast te stellen dat een overeenkomstige periode, die min of meer aanving toen de andere op haar eind liep, zelf nog niet afgesloten is. Met het belangrijke onderscheid dat de witte periode samenviel met de fase van het ontstaande kapitalisme, en de gekleurde gepaard gaat aan die van het imperialistische en parasitaire kapitalisme. In ieder gevalHoe dan ook heeft het geen zin om de kleurenblinde te spelen[kleurenblindheid voor te wenden]. De volgende bijeenkomst gaat daarom over: imperialisme en het oriëntale en koloniale vraagstuk.2

2. Imperialismo e lotte coloniali (Imperialisme en koloniale strijd): Il programma comunista, nr. 23 1953.


[5.0]Met zekere regelmaat klinkt de opmerking, dat dit soort verhandelingen moeilijk en droog zijn, terwijl de "waarlijk politieke" discussies veel appetijtelijker en aantrekkelijker zijn, met name als ze gaan over de acties en verhoudingen tussen staats- en partijleiders, [en over hoe]zoals het verloop van hun individueel-fysiologische processen het lot van de mensheid zou bepalen. We kunnen daarop slechts één antwoord geven en doen dat in een hedendaags internationaal jargon, dat inmiddels door iedereen verstaan wordt, sinds Amerikaanse mariniers met syfilitische indigene bewoners verkeren: sorry! We gaan op dezelfde manier door, iets anders hebben we eenvoudigweg niet in de aanbieding.
[6.0]Ook dit is terug te leiden tot een klassenvraagstuk. Iemand die een beetje propaganda en agitatiewerk temidden van de arbeiders[werkende]klasse gedaan heeft, weet, dat de uitzonderlijk originele standpunten van het revolutionaire marxisme, samen met zijn [bepaald/beduidend] afwijkende conclusies, die scherp[bepaald/stellig] afwijken van wat er door kerk, school, leger, cultuur, literatuur en wetenschap in de hoofden van de geschoolden vastgezet is, met ongelooflijke zekerheid door de massa's begrepen zijn[opgenomen, afferrate, grasped], hoewel ze daarentegen slechts in een verhouding van één op een miljoen (en vaak alleenslechts tijdelijk) in de schedels van intellectuelen weten door te dringen.
[7.0]

De noodbellen klinkenHet is tijd de noodbel te luiden, wanneer men (om in het propaganda- en agitatiewerk snellere schreden te maken) aanvangt volgens de methode te hanteren begint de methode te hanteren die stelt dat je in kringen van onder in de rangen van proletariërs enkelniets anders dan alleen maar bekende termen en stellingen en woorden moet bezigengebruiken[in bekende termen moet spreken?], gladde frases die [door allen geaccepteerd kunnen worden]voor allen acceptabel zijn, in lijn en in de pas lopen met wat er door predikanten, leraren, korporaals, gecultiveerde burgers, schrijvers en deskundigen al gemeengoed gemaakt is. Dit zou onsstelt ons vervolgens in staat stellenwat ons vervolvens in staat stelt om op het gemeenschappelijke platform van onwankelbare[onbespreekbare] heilige waarheden, het kleine gemakkelijke spelletje te spelen om al die lieden op heterdaad op missers te betrappen, om dat vervolgens als een "waarlijk politiek" succes te claimen.


[8.0]De resultaten van deze tactiek zijn vandaag helder, en daarmee willen we niet zeggen dat een wijziging van propaganda-, argumentatie- en drukwerk toereikend zou zijn om een andere richting aan gebeurtenissen te geven. In werkelijkheid is het zo, in de historische fase waarin de oude ontbindende maatschappij begint te ontbinden, dat deze zich met haar toegenomen gewicht des te harder aan ons vastklampt en het logisch is dat zulke misselijkmakende manieren niet uitblijven, en dat waarvangekochte leiders ervan beweren dat ze nodig zijn om zich tot het proletariaat te richten.
[9.0]

Hoe meer men doordrenkt is van de eigen cultuur van deze maatschappij doordrenkt is, hoe meer ook van de rottigheid[verrotting] daarvan. Het niet verdorvenaangetaste brein van degene die met zijn spieren werkt en de brandende kwalen van uitbuiting lijfelijk ervaartondervindt, zal zich er langer immuun voor kunnen houden. Het weliswaar geinfecteerde[zieke], maar immense kapitalisme is vandaag de dag nog steeds in staat hetsymptomen{ingev} met medicijnen te onderdrukken en, tot onze spijt[he;aas], hem op andere manieren compensatie te bieden. MaarHet brein van de intellectueel daarentegen, dat altijd in gefunctioneerd heeft - zij het in een onvrijwilligopgelegd ritme - in de illusie een "minder zwaremakkelijke baan" te hebben, is een machine die doorgaans in minder dan een paar decennia versleten is. De hedendaagse intellectuele arbeiders worden door mentale geestelijke bijziendheid[presbyopie=verziendheid?wazig zicht op korte afstand] getroffen en hebben enkel het vermogen tot routinematige activiteit in de sporen van een jarenlang aangeleerde routine te volgen.


[10.0]De massa en kracht van het kapitaal - ook in de zin van traagheid[qua traagheid/als het traagheid betreft] - zijn historisch geziengesproken gigantisch. [De massa en kracht - ook als traagheid opgevat - van het kapitaal zijn in de geschiedenis gigantisch.] Als het ons erom te doen was[ons erom ging][als we erop uit waren om] het licht van het denken te redden, waren we gedoemd[geruïneerd][dan was het al gedaan][dan was het met ons al gebeurd]was het al gedaan. Maar het natuurkundig onderzoek naar het gedrag van de materie, ook de levende, heeft biedt ons de zekerheid gegeven dat, uiteindelijk, de doven horen en de blinden zien zullen[de doven zullen horen en de blinden zullen zien].
[11.0]

Een simpele formule voor de herders en de kuddes

De meest wijdverbreide mening over het "agrarische vraagstuk" is als volgt: Marx heeft zijn volledige kritiek van de bestaande maatschappij van de privéeconomie en de weg om het programma van de toekomstige maatschappij te verwezenlijken, gegrond op de confrontatie tussen de krachten van industriële kapitalisten en de fabrieksloonarbeiders - in de zin dat deze vorm alle andere vormen van de sociale productie zou insluiten[opslokken] en wegvagen. Toen kwam Lenin en heeft die alles vernieuwd en veranderd, doordat hij de botsing tussen de krachten van kleine boeren en grootgrondbezitters naar de voorgrond gehaaldbracht heeft en heeft laten zien, dat deze confrontatie in de dynamiek van revolutie eenzelfde - zo niet een grotere - plaats innemen kon als de industriële strijd. Uiteraard was voor de filisters beslissend dat Lenin dit niet alleen geschreven en gezegd heeft, maar dat hij met de krachten van de boeren daadwerkelijk een revolutie "gemaakt" heeft, en nog wel de enig historisch succesvolle! Nu moet deze spitsburger enkel[alleen] nog de keus [moet nog de keus maken/staat voor... de keus open]maken tussen de volgende twee alternatieven: het leninisme is de boerenrevolutie die voorafgaat aan de arbeidersrevolutie - danwel: het leninisme is de ontdekking van de manier om de boeren te bedotten zodat ze de arbeidersrevolutie doorvoeren (net als het liberalisme de ontdekking is van de manier om te zorgen dat boeren en arbeiders de kapitalistische revolutie voltrekken).


[12.0]En kortom, nu zeggen[stellen] wij dat dit alles onwaar is, of liever gezegd, niet wij zeggen[stellen] dat, maar Lenin zelf. In al zijn historische en krachtigebelanghebbende en historische polemieken op het agrarische vlak van het agrarische vraagstuk deed hij niets anders dan de strijd aanknopen met de Russische en alle andere pseudo-marxisten die zich met die vraag bezighielden, en heeft hij aangetoond dat ze enorme stommiteiten begingen op precies die punten waar ze pretendeerden om theorieën uit te werken over vragen die door Marx zelf over het hoofd gezien warenverwaarloosd, of erger nog, waar ze beweerden Marx' fouten te verbeteren. 
[13.0]Lenin stelt vast dat Marx het agrarische vraagstuk op een even originele als volledige manier heeft uitgewerkt. Of liever, niet Lenin stelt dat, maar Marx zelf. Met de methode die onze school typeert[eigen is], en die ons in staat gesteld heeft de sociaalverraders van de jaren 1914-1918 te veroordelen, die gediend heeft om en die de theorie van de staat en van de dictatuur van het proletariaat bevestigd heeft, bestrijdt Lenin zijn tegenpartij middelsmet een lawine aan citaten, ontleend aan niet zijdelings gerelateerde maar fundamentele hoofdstukken, die expliciet over het agrarische vraagstuk gaan, uit het derde deel van Het Kapitaal en de [Theorieën van Meerwaarde]Theories of Surplus ValueTheorien der Mehrwert, dat er het vierde deel van moest vormen en vandaag circuleert onder de titel Geschiedenis van economische theorieën [dit betreft een uitgave in het Italiaans - vert.]. En wat te denken van de talrijke passages en hele hoofdstukken uit de eerste twee delen van Het Kapitaal, het werk over Frankrijk en Duitsland, Engels' zijn geschriften over Duitsland, de Boerenoorlog etc., of de vele klassieke brieven uit de Correspondentie, zoals bijv. die waarin het bekende, ook in Anti-Dühring uitvoerig behandelde Tableau van Quesnay verhelderd wordt? Beide hebben beslist dubbel zoveel geschreven over het agrarische vraagstuk, als over het industriële.
[14.0]Als Lenin fel uithaalt naar degenen die beweren "lacunes aan te vullen" [uithaalt naar de "aanvullers van leegtes"], dan gaat hij met de "critici" niet zachter om: hebben de eersten de teksten niet gelezen, dan hebben de anderen dat misschien wel, maar hebben ze er geen woord van begrepen. Met een enorm geduld en een werk dat zowel qua omvang als qua kracht indrukwekkend is, legt Lenin onvermoeibaar uit wat ze bij Marx niet begrepen hebben, zo op iedere pagina zijn absolute orthodoxie bevestigend.
[15.0]Want om hun eigen domheden te doen passeren, bedienen deze heren zich van het etiket: ze zijn geen "dogmatici". Nu zijn er twee soorten mensen, die men niet als dogmatisch kan aanmerken, namelijk degenen die door hun beheersing van de leer erbovenuit kunnen stijgen, en degenen, die er niet van op de hoogte zijn. Van de laatsten hebben we er, zoals ook Lenin, een reusachtig aantal ontmoet, en ze zouden een enorme vorderingen sprong vooruit maken, als ze wat ze lazen van buiten zouden leren en ophielden zoveel te pochen. En wat de eersten betreft kunnen we niet zeggen dat het enkel om Lenin zou gaan - maar in ieder geval zijn er erg, erg weinig van.
[16.0]

Wat onszelf betreft, zijn we überhaupt niet gekrenkt[beledigd] als men ons van dogmatisme beschuldigt. Maar laten we Lenin aan het woord. Zijn werk uit 1901 over Het agrarische vraagstuk en de "critici" van Marx (de aanhalingstekens zijn van Vladimir) begint als volgt: " 'Demonstreren (...) dat het dogmatische marxisme, in agrarische kwesties, van standpunt verschoven is, is hetzelfde als een open deur intrappen...' Zo verklaarde vorig jaar de 'Russkoje Bogatstwo'4 uit de mond van de heer W. Tsjernov" (daarna een extreme opportunist geworden).

4. Russkoje Bogatstwo: tot 1918 in Petersburg verschijnend maandblad van liberale populisten.


[17.0]En Lenin vervolgt: "Dit 'dogmatische marxisme' bezit een eigenaardige eigenschap! Sinds tientallen jaren wordt door geleerden en nog grotere geleerderen plechtig verkondigd (en journalisten herhalen het letterlijk of variëren erop[of parafraseren het]), dat het marxisme door de 'kritiek' uit haar positie verdreven zou zijn - en desondanks zet iedere nieuwe criticus zich er opnieuw [van voren af aan] aan de taak, om deze naar verluidt al verwoeste stelling opnieuw onder vuur te nemen. Heer W. Tsjernov bijvoorbeeld rent [...] een volle 240 pagina's 'open deuren in' [...]. Heer Boelgakov" (over hem komen we nog te spreken) "heeft een studie van twee hele banden" (gericht tegen Het Agrarische Vraagstuk van Karl Kautsky, destijds nog orthodox marxist) "gepubliceerd. Nu zal beslist niemand er meer in slagen de resten terug te vinden van het "dogmatische marxisme", onherroepelijk[dat op fatale wijze] bedolven als het is[is onder] door deze[zulke] bergen aan kritisch bedrukt papier."
[18.0]Men kan zich voorstellen, dat we na nog 50 jaar langer onder vuur gelegen te hebben - en pas echt, als we beseffen dat het geschut niet alleen nucleair uitgerust is, maar dat we ook met drek bekogeld worden (anders gezegd: er in het wilde weg[zonder onderscheid en met alle mogelijke munitie? losse flodders als in het frans] enkel met losse flodders gevuurdgeschoten wordt) - meer dan voorheen vastberaden zijn, om onszelf als dogmatici te benoemen en zonder uitzondering alle met 'kritiek' toegeruste kandidaten van het lijf te houden.
[19.0]Wat een verschil tussen de taal van Lenin en die van Stalin over "dogmatici en talmoedisten", met de geniale variant: "talmoedisten en dogmatici"! Talmoedisten wellicht, maar in elk geval geen pooiers of renegaten. We werden eens gevraagd door een joodse kameraad gevraagd om een exemplaar van de Talmoed in het Hebreeuws te vinden. We wisten er eentje op te duikenvissen op de boekenmarkt in Napels en kochten hem voor een spotprijs; namen hem mee naar Moskou en stonden raar te kijken[voelden ons/voelden onszelf enigszins onnozel] toen we er geen enkele letter[evt woord] uit konden ontcijferen[geen enkele letter in het boek wisten te ontcijferen/ontraadselen].
[20.0]

Lenin en de "handleidingen"

In 1899 schreef Lenin een serie artikelen tegen de hierboven aangehaalde Boelgakov, die een "scherpe" kritiek van het in 1890 in Duitsland verschenen "Het agrarische vraagstuk - een overzicht over de tendensen van de moderne landbouw en de agrarische politiek van de sociaaldemocratie" van Kautsky gepubliceerd had.


[21.0]

Dezelfde Boelgakov liet, voordat hij Kautsky te lijf ging, zich gewijd, verkondigd vernemen dat hij vastgesteld had dat [naar zijn eigen vaststelling]ook Marx "deels onjuiste voorstellingen" van de dingen had. Die onjuistheid, waar we later op terugkomen, bestond eruit dat hij[Marx] de in de industrie geldende wet van de tendentiële daling van de winstvoet als gevolg van de stijging van de organische samenstelling van het kapitaal (meer constant, minder variabel kapitaal, ofwel meer machines en grondstof, minder menselijke arbeid) ook voor de landbouw van wilde toepassing achtte. Lenin bewijst de geldigheid van deze wet zo treffend, dat het moeilijk is om niet gelijk te denken aan Stalin, die deze in zijn laatste theoretische werk überhauptin zijn geheelvolledigheid bij het grofvuil probeertde te zetten. [noot5/8]

Zie Stalin, De economische problemen[vraagstukken] van het socialisme in de USSR[Sovjet-unie], 1952 en Amadeo Bordiga - Dialogato con Stalin, 1952.


[22.0]Natuurlijk verschanst Boelgakov zich hier achter materiaal dat aangedragen is door deskundigen, professoren "agronomie" en "economie": "'Er is bij Kautsky even weinig werkelijke agronomie als economie te vinden'", "'gaat met frasen de serieuze wetenschappelijke vragen uit de weg.'" [Kautsky] "laat op deze gegevens [het gaat hier om eigenschappen van de landbouw in het feodale tijdperk] geen economische analyse volgen". "'Al deze gegevens had men ook kunnen ontlenen aan willekeurig welk handboek voor agrarische economie'".
[23.0]

Na zich erin verdiept te hebben[na zich de moeite getroost te hebben zich erin te verdiepen], weerspreekt Lenin Boelgakov's gunstige opvatting over deze wetenschappelijke handleidingen. Hij noemt er enkele, maar in geen ervan vindt hij een weergave van "de omwenteling die het kapitalisme in de landbouw bewerkstelligd heeft, terwijl geen ervan zich ook maar ten doel stelt een algemeen beeld te schetsen van de overgang van de feodale naar de kapitalistische economie" [LW 4, p. 104].

 

 

 


[24.0] Hier staan waarlijk de twee methoden tegenover elkaar. Terwijl lieden als Boelgakov de officiële, algemene wetenschap doorspitten [...]
[25.0][Lenin verdedigt...]Zeer resoluut verdedigt Lenin Kautsky en hij benadrukt hierbij vooral dat deze vooraleerst het verschillende karakter vastgesteld heeft van de feodale en de kapitalistische economie[de eigenschappen die de feodale en de kapitalistische economie onderscheiden], waarbij hij zeer nadrukkelijk wijst op het karakter van de overgang van de ene naar de andere.MWA
[26.0]In elk onderwerp dat ze behandelen, gaan marxisten zo te werk: ze beschrijven niet - zoals in een nuchter statistisch-bureaucratisch verslag - datgene wat overal waarneembaar is, maar zoeken naar het ontstaan, de vordering, de ontwikkeling daarvan in de tijd, tot oorsprongen die al ver achter ons liggen, om zo het tijdelijke en vergankelijke erin aan te tonen dat zich aan de doorsnee wetenschapper als eeuwig en bestendig voordoet. [27.0] [28.0] [29.0] [30.0] [31.0] [32.0] [33.0] [34.0] [35.0] [36.0] [37.0] [38.0] [39.0] [40.0]



3.0

1/1
&
Wir können nicht dafür bürgen, dass diese sehr ausführliche Fassung wirklich all das enthält, was in Triest gesagt wurde, und auch nicht dafür, dass alles Geschriebene auch verbal dargelegt worden ist. Doch das hat nichts zu sagen: Es handelte sich nicht um einen historischen Vortrag, erst recht nicht um einen historischen Redner. Solche findet ihr an jeder Straßenecke.
Non è assolutamente garantito che tale molto vasta redazione contenga proprio tutto quello che fu detto a Trieste e neppure che tutto quello scritto nel resoconto sia stato verbalmente esposto. Ciò non dice nulla: non si trattava di un discorso storico e tanto meno di un oratore storico. Di questi ne trovate a tutte le cantonate.
Il n'est absolument pas garanti que cette très vaste rédaction contienne exactement tout ce qui a été dit à Trieste, pas plus d'ailleurs que tout ce qui a été écrit dans le compte rendu ait été exposé verbalement. Cela n'a aucune importance : il ne s'agissait pas d'un discours historique, et encore moins d'un orateur historique. Ce genre d'orateurs, on en trouve à tous les coins de rue.
Het is niet absoluut niet gegarandeerd We kunnen er zeker niet voor instaan, dat een zodergelijk sterkzwaare geredigeerde versie werkelijk alles bevat wat er in Triëst gezegd is, en evenmin dat alles wat er in het verslag geschreven is ook verbaal te horen was. Dat zegt echter niks: het ging niet om een historische voordracht, en nog minder om een historische spreker. Die zijn immers al op iedere straathoek te vinden.